TrusTool

Hoe is het bij onze zuiderburen in België geregeld als het gaat om de (verplichte) vertrouwenspersoon?

Verschillen en overeenkomsten in vogelvlucht.

Wetgeving

In België is reeds sinds 1 december 2023 een wet van kracht die een vertrouwenspersoon verplicht stelt.

Bij ons in Nederland is het wetsvoorstel Verplichtstelling Vertrouwenspersonen op 23 mei 2023 aangenomen. Nu hangt het wetsvoorstel nog bij de Eerste Kamer. Het is wachten op een reactie van de initiatiefnemers van Groen Links. Een plenaire behandeling is nog niet gepland. Op dit moment is het voor ons in Nederland nog onduidelijk of en wanneer de vertrouwenspersoon een duidelijkere wettelijke basis krijgt.

Wanneer is in België een vertrouwenspersoon verplicht?

Aanstelling van een vertrouwenspersoon is in België verplicht voor werkgevers die 50 of meer werknemers tewerkstellen.

Voor werkgevers die minder dan 50 werknemers tewerkstellen is de aanstelling van een vertrouwenspersoon een vrijwillige optie. Alleen wanneer alle leden van de vakbondsafvaardiging, of bij afwezigheid hiervan, alle werknemers, hierom verzoeken, is een werkgever daartoe verplicht. Wanneer de werkgever 50 of meer werknemers tewerkstelt, moet minstens één van de aangestelde vertrouwenspersonen deel uitmaken van het personeel van de werkgever.

Hetzelfde geldt voor een werkgever met 20 of meer werknemers die niet intern een preventieadviseur psychosociale aspecten heeft aangesteld. Wanneer dit extern wordt ingehuurd, moet er tenminste 1 interne vertrouwenspersoon zijn. De achterliggende gedachte is dat de werknemers toegang hebben tot een interne vertrouwenspersoon die kennis heeft van de structuur, werking en de cultuur van de onderneming. De Belgische werkgever die minder dan 20 werknemers tewerkstelt, behoudt bij de eventuele aanwijzing van een vertrouwenspersoon de keuze tussen een personeelslid of een externe vertrouwenspersoon.

In Nederland leeft soms de gedachte dat het beter is om een externe – onafhankelijke – vertrouwenspersoon aan te stellen, maar in België is er dus bewust voor gekozen om de eerstelijns-opvang die een vertrouwenspersoon biedt, juist (ook) intern te beleggen. Het model van samenwerking tussen externe en interne vertrouwenspersonen komt in Nederland ook steeds vaker voor. Het Nederlandse wetsvoorstel laat de werkgever vrij in de keuze van een externe en/of interne vertrouwenspersoon.

Aanstelling en ontslag van vertrouwenspersoon

België kent een vrij uitgebreide wettelijke regeling ten aanzien van aanstelling van een vertrouwenspersoon. Hiervoor moet vooraf het akkoord verkregen worden van werknemersvertegenwoordigers. Ook voor ontheffing uit de functie is een voorafgaand akkoord vereist.

Het wetsvoorstel in Nederland voorziet daarin ook doordat de OR over aanstelling en ontslag instemmingsrecht krijgt. In België is dat iets anders georganiseerd, maar de overeenkomst is dat er werknemersinspraak is op dat vlak.

Opleiding en intervisie (supervisie)

Het wetsvoorstel in Nederland bevat geen concrete uitwerking over de opleiding die een vertrouwenspersoon moet hebben. Het wetsvoorstel zegt hierover alleen dat de vertrouwenspersoon een zodanige deskundigheid en ervaring moet hebben dat hij/zij de rol goed kan uitoefenen.

Over de inhoud van de opleiding is in België meer wettelijk geregeld. Het komt neer op verschillende modules in 30 uren over inhoud en begrip van de rol, wettelijk kader, gesprekstechnieken en beheersing van probleemsituaties. De vertrouwenspersonen zijn verplicht hun kennis en vaardigheden aan te scherpen aan de hand van 1 intervisie per jaar. De intervisie (in België aangeduid als supervisie) bestaat in een uitwisseling van ervaringen tussen vertrouwenspersonen over praktische gevallen, onder begeleiding van een facilitator.

Het wetsvoorstel in Nederland kent geen verplichte intervisie. Voor vertrouwenspersonen die zijn opgenomen in het beroepsregister van de LVV geldt deze verplichting vanuit de certificering.

Onverenigbaarheden

De Belgische wet kent wettelijke onverenigbaarheden. Zo is bijvoorbeeld bepaald dat een vertrouwenspersoon geen lid kan zijn van een ondernemingsraad of bepaalde andere vakbondsvertegenwoordigingen. Opvallend (maar zeker niet onlogisch) is dat in België is geregeld dat een intern vertrouwenspersoon geen deel kan uitmaken van het leidinggevend personeel. (Let wel, daar wordt niet mee bedoeld dat iemand in een hiërarchische lijn nooit vertrouwenspersoon zou kunnen zijn). Het begrip leidinggevend personeel heeft betrekking op grofweg directie en management team.

Het Nederlandse wetsvoorstel bevat geen bepaling over onverenigbaarheden. Wel is opgenomen dat de werkgever de onafhankelijke positie van de vertrouwenspersoon moet waarborgen.

Rolinhoud

België kent een andere arbeidsorganisatie dan in Nederland, maar de rolopvatting is gelijk: “eerstelijns” en informele hulp en advies door de vertrouwenspersoon die onafhankelijk is. Het lijkt er wel op dat de vertrouwenspersoon in België meer wordt betrokken bij overleg over het Arbobeleid als het gaat om psychosociaal beleid. Daar kan in Nederland de OR een rol een spelen door te verzoeken de vertrouwenspersoon hiervoor meer te betrekken, bijvoorbeeld bij het opstellen van de RI&E.

In België heeft de vertrouwenspersoon een beroepsgeheim. Ook het wetsvoorstel regelt voor de vertrouwenspersoon een geheimhoudingsplicht.

In Nederland regelt het wetsvoorstel dat er jaarlijks een verslag van bevindingen wordt uitgebracht. Ook in België is er een en ander geregeld over rapportage.